Karperkrant.nl

Sportvissers boos!

maandag 15 februari 2010
Sportvissers boos over ingrijpen in de visstand door het Hoogheemraadschap van Delfland

DELFT – Het Hoogheemraadschap van Delfland gaat de visstand drastisch uitdunnen in het water in Tanthof-West en de Woudse Droogmakerij. In dit laatste gebied wordt de visstand zelfs met 95 procent teruggebracht. Sportvisserij Nederland is het hier, op zijn zachtst gezegd, niet mee eens.

Leden van de landelijke vereniging waren afgelopen donderdag in groten getale op de informatieavond van het Waterschap aanwezig om hun zegje te doen. De sportvissers zijn vooral bang dat het experiment navolging krijgt in andere wateren in Nederland. “Jullie beschouwen dit experiment al als geslaagd en willen deze maatregelen op grote schaal gaan invoeren. Deze afvissingen bedreigen de visstand en sportvisserij in de rest van Nederland,” verwijt één van de aanwezige leden het Hoogheemraadschap. Ronald van Bakkum, van het Waterschap, benadrukt echter met klem dat het nog lang niet zo ver is. “Pas als wetenschappelijk is aangetoond dat het experiment is geslaagd, kan dit overwogen worden. Dat is echter ook afhankelijk van de kosteneffectiviteit en van het draagvlak bij diverse partijen,” aldus Van Bakkum. Hij legt uit dat bewoners en vissers betrokken worden in het onderzoek door gedurende een periode te vragen wat hun beleving van het water is. Hoogheemraad Ingrid ter Woorst vult aan dat ook zeker niet alle wateren zich lenen voor ingrijpen in de visstand. “De gebieden moeten aan een aantal criteria voldoen. Het moet bijvoorbeeld een afgesloten en beheersbaar systeem zijn en daar zijn er niet zo veel van in deze omgeving.”

Bakkum legt verder uit waarom het experiment van belang is. “Als Delfland zijn wij verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit. Omdat we nog niet alles weten en begrijpen, doen we onderzoek en voeren we experimenten uit. Alleen dan komen we erachter welke maatregelen wel en niet werken. De waterkwaliteit in Tanthof-West en de Woudse Droogmakerij voldoet nu niet aan de normen. Het water is troebel, er is weinig plantengroei en de visstand is niet gevarieerd genoeg.” Van Bakkum vertelt dat juist die visstand een indicatie van de waterkwaliteit is. “Bij een overmaat van bepaalde soorten raakt het ecosysteem uit evenwicht. Karpers en brasems, bijvoorbeeld, woelen de bodem om op zoek naar voedsel. Hierdoor komen voedingsstoffen en slibdeeltjes in het water, waardoor het water troebel wordt. Bij te veel karperachtigen neemt het doorzicht in het water af. Planten groeien hierdoor moeilijker en er groeien meer algen, waardoor roofvis, zoals de snoek, het moeilijk heeft. Door bij de proef karpers en brasems uit het water te halen willen wij te weten komen of de waterkwaliteit verbetert,” aldus Van Bakkum.

De vissers betogen dat soortgelijke experimenten in het verleden niet het gewenste resultaat hadden. “Ik weet uit ervaring dat het niet werkt. Zowel in Nederland als in België zijn in het verleden al vergelijkbare onderzoeken geweest,” stelt Aad Lokhorst. Hij is behalve lid van Sportvisserij Nederland ook voorzitter van de Karperstudiegroep. “Daar moeten wij van leren. De maatregel is symptoombestrijding en heft geen oorzaken op,” aldus Lokhorst. Bert Zoetemeijer, visbioloog en ook lid van Sportvisserij Nederland, beaamt dit. “Het Hoogheemraadschap moet z'n verantwoording nemen en de oorzaak aanpakken, niet het gevolg. Nu krijgt de vis de schuld van iets wat hij niet gedaan heeft.” Verder moet Delfland volgens Zoetemeijer meer respect hebben voor de natuurlijke toestand van het water. “De waterkwaliteit reguleert zichzelf. Soms is troebel gewoon de natuurlijke toestand, bijvoorbeeld door de hoeveelheid klei in de grond. Dan moet je dit gewoon accepteren en niet door ingrijpende maatregelen proberen te veranderen. Ik ben erg geschrokken van deze ontwikkeling en ik volg het project dan ook met grote zorg.”

Ter Woorst bestrijdt dat deze maatregel de enige is die Delfland neemt om de waterkwaliteit te verbeteren. “We doen hier ontzettend veel aan. Onze waterzuivering is op orde, we baggeren en we houden de oevers goed bij. We onderzoeken nu alleen of er nog meer mogelijkheden zijn die bijdragen aan een goede waterkwaliteit.” De bestuurder betreurt het overigens dat er niemand van de belangenvereniging van hengelsporters VBC-Delfland aanwezig is. “Deze vereniging is nauw betrokken bij de totstandkoming van dit experiment en staan hier ook volledig achter.”

Overigens maken niet alle aanwezige vissers zich grote zorgen. Michel van der Drift (26) vist graag bij de Dobbeplas in Nootdorp. “Als het bij deze proef blijft, vind ik het niet zo erg. Ik hoop alleen niet dat daarna de andere wateren aan de beurt zijn.” Hij vindt het een goede avond. “Het is goed dat iedereen zijn mening kan geven.” Ook Nico Vink denkt dat het allemaal wel zal loslopen. Hij woont vlak bij de Woudse Droogmakerij en hij vist daar graag. “In de zomer vis ik daar zo twee, drie maal per week. Ik vermoed dat het bij één experiment blijft. Het is natuurlijk wel even jammer van mijn eigen viswater, maar dat herstelt op den duur wel weer.”

Na afloop constateert communicatieadviseur Inka Vogelaar dat er ‘jammer genoeg’ een patstelling is ontstaan. Desondanks is ze redelijk tevreden over de avond. “We hebben goed kunnen uitleggen wat de bedoeling is en de opkomst was goed, al hadden we meer omwonenden verwacht.” Die zijn inderdaad op de vingers van één hand te tellen. Het overgrote deel van de ongeveer 80 aanwezigen bestaat namelijk uit sportvissers. “Dat is wel zonde,” beaamt haar collega Helen Hangelbroek. “We hadden de omwonenden graag meer uitleg gegeven over wat er bij hen in de achtertuin gaat gebeuren.” Via de website www.hhdelfland.nl houdt het Hoogheemraadschap geïnteresseerden op de hoogte van het vervolg van het project. (MdB)

Bron: Delft op Zondag