Karperkrant.nl

Back and alive!

maandag 21 mei 2012
Beste visvrienden. In verband met een vistripje op de Afrikaanse rivier de Gambia zijn we er even een paar maandjes uit geweest. Niemand heeft daarbij mijn werk over kunnen nemen vandaar dat het even stil lag. Maar hier het eerste verslag!

Dit deel is de eerste update van begin maart. Ik leg nog even kort uit wat ik gedaan heb. In drie maanden tijd ben ik van de oost grens van Gambia over de rivier na de Atlantische oceaan gereisd met een kajak en wat hengels.
------------------------


My first tigerfish!

Lieve mensen, internet is hier een regelrechte ramp. In de stad Basse Santa Su waar ik nu ben is slechts 1 internetcafe met een megatrage verbinding, maar we moeten het ermee doen;).

Fatoto – Perai 40 km

Vorige week zaterdag zijn we om 4 uur ‘s morgens vertrokken naar Fatoto in het uiterste oostpuntje van het land. Nadat we uiteindelijk zonder gezeik door alle militairy checkpoints zijn gekomen kwamen we aan bij de rivier. Vorige week zijn we naar de marabou geweest, een soort tovenaar, hij heeft een speciaal brouwseltje gemaakt waarin we ons moeten wassen. Ook de boot, hengels en vishaken moeten we hierin wassen. Daarna word er door verschillende ouderen voor ons gebeden. Na al deze rituelen worden we door de bewoners van Fatoto uitgezwaaid en beginnen we aan onze reis in een ziekelijke hitte van rond de 40 graden. Door mijn bandana steeds nat te maken en me helemaal suf te drinken aan water weet ik deze dagen een zonnesteek te voorkomen. In de middag slepen we grote pluggen achter de kajak. We varen door een onwijs diepe klif met een gierende stroming. De plek voor monstertijgervis. Na een uur krijg ik zo’n knal op mijn hengel dat ik hem nog maar nauwelijks vast kan houden. Even later zie ik een tijgervis door de lucht springen die zeker 13-15 kg moet wegen. Niet normaal meer zo groot. Ik houd mijn hengeltop diep onder water om te proberen te voorkomen dat hij nog meer springt. Dat is namelijk het moment dat ie de haak los kan schudden en ben e hem kwijt. Dit gebeurd even later ook en ik kan even alleen maar heel hard schelden.. Tegen het einde van de dag heb ik op deze manier 9 tijgervissen gemist. Ik heb nog nooit zo’n slimme vis mee gemaakt… maargoed dat maakt de uitdaging alleen maar groter. In de avond komen we aan in het voormalige spookdorp Perai. Hier heeft ooit een jager gewoond die een baby-nijlpaardje schoot. De rest van de kudde was zo boos dat ze de jager gevolgd hebben naar zijn dorp en iedereen daar het leven zo zuur hebben gemaakt dat de iedereen uit het dorp weg trok. ‘S avonds probeer ik met Musa grote meerval te vangen. Het vissen lukt niet echt want de stroming is uit het water en dan kun je net zo goed stoppen met vissen. Wat waanzinnig was waren de flying lights, veel groter dan vuurvliegjes lijkt het net alsof je allemaal gloeilampjes ziet dansen in de nacht, echt waanzinnig! We slapen naast een ruine uit de slaventijd omdat we aan de pijlers hiervan de hangmat op kunnen hangen.

Perai – Fattatenda 30 Km

De volgende ochtend ga ik met Musa mee om water en brood te kopen in Perai. Er wonen inmiddels al weer mensen, allemaal van de Fula stam. Ik word door de dorpsoudste uitgenodigd om Porec met hem te eten, een soort rijstepap met groundnut en suiker, erg lekker. Het enige probleem is dat we geen water kunnen krijgen. We zitten hier echt in the fucking middle of nowhere en de enige optie is het koken van water en het vullen van flessen en hopen dat ik genoeg heb voor onderweg. Musa en Jerreh kunnen uit de rivier drinken zonder ziek te worden. We vetrekken en maken weer een lange toch door een waanzinnig jurassic park achtig landschap. We zien de holen van hyena’s in de kliffen en besluiten om vanavond ook maar niet op de north bank te kamperen. Na een lange dag en weer heel veel tijgervissen gemist te hebben meren we in de schemering aan in Fattatenda. Aan de kant van de rivier zit een oude zieke man, Demba. Hij spreekt alleen de stamtaal en Musa vertaald het probleem voor me. Hij heeft een enorme ontsteking in zijn voet. Zijn twee kleine kinderen brengen hem eten en drinken en melken de geiten omdat hij dat zelf niet meer kan. Ik geef hem ibuprofen en de volgende dag minderd de ontsteking aanzienlijk. Die nacht passen we op zijn zwangere geit omdat hij die zelf niet mee naar zijn hutje kan nemen. In de nacht vangt Musa nog een Vundu Catfish. Deze proberen we in een bak water te bewaren zodat we er bij daglicht mooie foto’s van kunnen maken. Maar de vis ontsnapt snacht en weet zelf zijn weg naar de rivier terug te vinden. De sporen hiervan vinden we de volgende dag.

Fattatenda volgende dag

De volgende ochtend heb ik mij net gewassen in de rivier en zit ik een stuk brood te eten als de geit ineens begint te gillen. Plots bevalt ze voor mijn neus van twee jonge geitjes. Het is een meisje en een jongetje en omdat ik sinds de medicijnen de held van Demba ben noemt hij ze Jolly en Kevin, een hele eer bij de Fula’s. Even later komt Demba’s zoontje aan lopen met nog een andere zwangere geit en ook deze bevalt. Zo heb je twee geiten, en zo heb je er ineens zes! De rest van de dag rusten we want dat is erg hard nodig. Demba blijkt later een van de beste Marabou’s uit het Wulli gebied te zijn en wil zich graag over mijn toekomst ontfermen. Dat doen we de volgende dag. 3 keer per dag komen zijn kinderen met kouskous en verse koeiemelk aan zetten. Heel lief allemaal. Tegen de avond vraagt hij ons om de jonge geitjes en de moeder snachts te beschermen tegen wilde honden en hyenas. We bouwen een groot vuur, maken grote lange stokken klaar om mee te vechten en ik bind de jonge geitjes vast aan een haring naast mijn tent. Zo ben ik er snel bij, en als het nodig is neem ik ze in de tent maar dan word hun moeder gek. Door de dubbele bevalling en de groter hoeveelheid bloed die erbij gevloeit heeft ruiken roofdieren van grote afstand dat er jonge dieren zijn geboren. Gelukkig blijft de nacht rustig.

Fattatenda – Tambansangsang 35 km De volgende ochtend lopen wilde honden om ons kamp heen om een list te verzinnen om de jonge geitjes te pakken te krijgen. Dit gaat ze niet lukken want we gaan ze persoonlijk naar Demba’s rieten hutje op de savanne brengen. Daar gaat hij ook onze reis zegenen. Op een houten bord schrijft hij koranteksten met onze namen en het doel van onze reis. Als hij dit gedaan heeft veegt hij alle inkt met een katoenen doekje op. Dit doekje krijg ik mee en moet ik uitwassen in een fles water. Daarbij moet ik nog een kruid doen wat ik van hem krijg en vervolgens moet ik mij hier elke morgen mee wassen. Musa en Jerreh krijgen ook hun eigen koranspreuken in een doekje mee. Iedereen heeft dus zijn eigen magisch fles.

Het is bloedverziekend heet op het water, er staat geen zuchtje wind en mijn schouders staan letterlijk op springen. Het is nu zo fijn dat we met 3 man zijn en het peddelen en vissen af kunnen wisselen! Aan het einde van de dag komen we aan in Tambansangsang. Wederom hele lieve mensen. We bouwen snel ons kamp op en proberen nog wat te eten te vangen maar het zit niet mee vandaag. Omdat we allemaal kapot zijn besluiten we een dag te rusten en vooral veel te slapen. Als ik overdag ga slapen word ik geterorriseerd door nachtmerries, waarschijnlijk een bijwerking an mijn malaria medicijn. ‘s Avonds als we net hebben gegeten en ik mijn dagboek een beetje bijwerk krijgen we ineen bezoek van een spitting cobra van 2,5 meter. Hij kronkeld tussen de spullen door over het kamp heen. Waarschijnlijk komt hij uit het bos en gaat hij snachts vissen in de rivier verteld Musa. Wat een ding, en wat een eer dat we gelijk een van de dodelijkste slangen ooit voor onze kiezen krijgen.. dit apparaat dankt zijn naam aan het feit dat hij zijn gif maar liefst van 7 meter afstand in je ogen kan spuiten.

Tambansangsang – Basse Santa Su 50 KM

Ik moet stoppen want mijn internetminuten zijn op. Maar de eerste tijgervis is binnen dus groot feest! Over een week hopen we Georgetown te bereiken, vanaf vandaag komen we in nijlpaarden en krokodillen gebied.