Karperkrant.nl

Zoetwatervissen als blinde vlek voor natuurbeheerders

woensdag 20 juli 2011
Onbekend maakt onbemind. Landelijke en provinciale natuurorganisaties en hun achterban hebben vooral oog voor wat er boven water leeft. Daarentegen bestaat er slechts geringe belangstelling voor vissen. Klopt dit beeld?

Of is er onder natuurbeheerders de laatste jaren juist meer interesse voor de biodiversiteit onder water?

De 12 Landschappen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de waterschappen hebben samen een flinke plas water in eigendom. In hun beheergebieden liggen sloten, meren, kolken, petgaten, vennen, sprengen, beken, poelen, boezems, waterwinkanalen en zelfs een stuk voormalig IJsselmeer: de Oostvaardersplassen. Donateursmagazines staan ieder kwartaal vol (beeld)verhalen over alom beminde moeras- en weidevogels, oogstrelende planten van vochtige, voedselarme milieus en zeldzame zoogdieren zoals de otter.

Over vissen wordt vrijwel nooit gerept. Ook lijken de visstand en soortenrijke vismilieus zelden meetobject in kwaliteitstoetsen voor waterrijke terreinen die in eigendom zijn van natuurorganisaties. In het Natuurmonumenten jaarverslag 2010 zet de afdeling Natuur & Landschap een flink aantal kwaliteitstoetsen in de etalage. Geen van die toetsen betreft de kwaliteit van onderwatermilieus.

Volgens Frank de Roder, medewerker van Staatsbosbeheer in de Oostvaarderplassen, wordt de visstand in deze wateren slechts sporadisch bemonsterd. In ieder geval gebeurt dat niet volgens de KRW norm van eens per zes jaar. “In 2010 heeft er eindelijk weer eens een visstandonderzoek plaatsgevonden. Het vorige onderzoek werd in het begin van de jaren ’80 uitgevoerd. Dat is natuurlijk te weinig voor zo’n belangrijk natuurgebied.”

Historisch gegroeid
Zijn natuurbeschermingsorganisaties zich bewust van deze ‘blinde vlek’? Tim van den Broek van Natuurmonumenten: “Het klopt dat er minder aandacht is voor vis. Dat komt deels doordat vissen in de meeste wateren voor publiek en beheerders onzichtbaar zijn. Onbekend maakt dan al snel onbemind. Al vind ik een vergelijking tussen de aandacht voor bijvoorbeeld vogels en vissen wat ongelukkig. Voor weidevogels zijn in Nederland tal van beschermde gebieden aangewezen en met een toenemend aantal weidevogelsoorten gaat het bijzonder slecht.”

Ook fauna-ecoloog Meta Rijks van Staatsbosbeheer erkent dat natuurorganisaties en hun achterban meer aandacht hebben voor ‘bovenwaternatuur’. “Dat is historisch zo gegroeid,” verklaart Rijks. “Natuurbeschermingsorganisaties zijn ooit begonnen met het in kaart brengen en beschermen van wat zichtbaar achteruit ging. Dat was en is een hele klus omdat de benodigde menskracht en middelen beperkt zijn. Aan vis zijn we met zijn allen nauwelijks toegekomen. Hoewel er vooruitgang is geboekt, is ook nog steeds sprake van een kennisachterstand. Maar we zijn ons er bij Staatsbosbeheer van bewust dat vissen meer aandacht verdienen.”

Natura 2000 en KRW
Onderzoeker Fabrice Ottburg – van het Centrum Landschap, Team Ecologische Netwerken bij Alterra-WUR en voorzitter van de RAVON-werkgroep Poldervissen – ziet de aandacht voor vis onder terreinbeherende organisaties de laatste twintig jaar echter langzaam toenemen. “Er wordt meer dan ooit onderzoek gedaan naar visgemeenschappen. Vooral in Natura2000 -gebieden en in KRW-lichamen. Zo is het bij het maken van natuurbeheerplannen voor Natura2000-gebieden van wezenlijk belang eerst een verspreidingsbeeld te hebben van de vissoorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Als we weten waar de hotspots van beschermde soorten liggen en hoeveel het er zijn, kunnen beheerders daar rekening mee houden in beheerplannen. Vis wordt in beheeronderzoek vaker meegenomen om evenwichtige natuurdoelen te kunnen formuleren.”

Lees dit artikel verder bij Sportvisserij Nederland